Een van de grootste problemen is simpel: er zijn simpelweg niet genoeg huurwoningen om aan de vraag te voldoen. Dit geldt met name in grote steden zoals Amsterdam, Utrecht, Rotterdam en Den Haag, waar expats, studenten en inwoners allemaal op zoek zijn naar hetzelfde beperkte aanbod aan woningen.
Er zijn wel sociale huurwoningen, maar die zijn vooral bedoeld voor Nederlanders en mensen die er langdurig verblijven met een lager inkomen, en de wachtlijsten blijven groeien. Dat betekent dat de meeste huurders zich wenden tot de particuliere huursector, waar de huurprijzen gestaag stijgen. Kamers en studio's, ooit beschouwd als betaalbaarder, hebben nu een maandelijkse huurprijs van ruim boven de € 800 in populaire wijken. Er zijn huurplafonds op basis van een puntensysteem, waar je verhuurder je op moet wijzen om ervoor te zorgen dat je niet te veel betaalt. Maar dat betekent niet dat sommigen er niet omheen proberen te komen, of dat de huur laag is.
De trend dat verhuurders hun huurwoningen verkopen, zet zich voort tot ver in 2025, volgens
DutchNews. Deze krimp van bijna 13% in het aanbod zorgt ervoor dat de beschikbare woningen ook steeds moeilijk te verkrijgen zijn.
Voeg daar een groeiende bevolking, strengere regelgeving en voorzichtige vastgoedeigenaren aan toe vanwege veranderingen in de vastgoedwetgeving, en je hebt een perfecte concurrentiestrijd.